Make your own free website on Tripod.com

<< week terug <<    terug naar overzicht    >> week verder >> 

Maandag 11 maart, Matoury, Frans Guyane Km 447,6 Totaal Km 4757,2

Om vijf uur rij ik de poort van het ziekenhuis uit, eerst even langs Frank die ook vandaag vertrekt. Hij gaat op de fiets naar zijn vriendin Maaike die ook net als Ingrid en Lonneke in Apoera stage loopt. Frank staat ook al in de startblokken om te vertrekken. Om half zes vertekken we samen ieder een kant op. Hij gaat richting het noorden en ik richting het zuiden. Als ik zo meteen vanwege de verzekering Frans Guyane niet inkom dan moet ik nog twee weken in Paramaribo op papieren uit Nederland wachten en dan ga ik ook de dames opzoeken, maar daar gaan we nog maar even niet vanuit. Terug naar het ziekenhuis, waar ik nog een kopje koffie met Lydia drink en dan wordt het toch echt tijd om weg te gaan. De portiers vragen ook of ik nu echt wegga of zo meteen weer terugkom. "Nee, nu ga ik echt", zeg ik lachend. Even na zessen rij ik de Wijdenboschbrug over en zie de zon opkomen boven Paramaribo. Meteen na de brug is de weg meteen alweer heel slecht en vol gaten. Ik doe rustig aan, en ben even voor negen uur in Albina waar de veerboot om half tien vertrekt. De douane van Suriname geeft geen problemen zoals verwacht. Tijdens het wachten raak in aan de praat met een andere Nederlander, André Brandts . Hij geeft de oversteek al vaker gemaakt en ik vraag hem om wat informatie. Hij verteld me dat de Franse Immigratie zeker om verzekeringspapieren vraagt. Ik schijn een groene kaart nodig te hebben. "Nog nooit van gehoord", zeg ik. Voordat de veerboot vertrekt is het tien uur, en na een halfuurtje varen komen we aan in Sant Laurent du Maroni. Bij de Immigratie bekijken ze mijn paspoort en krijg zonder problemen een visum. Dan even verder de Franse Politie waar ze om de papieren van de motor vragen, dat geeft geen problemen, ik laat mijn rijbewijs zien en de kentkenpapieren. Dan vragen ze om mijn verzekeringspapieren. Mr Brandts helpt mee met de vertaling want die spreekt vloeiend Frans, en verteld de Douane dat ik met deze verzekeringspapieren ook in Frankrijk mag rijden dus zo het ook hier geen probleem zijn. Maar ze willen toch een groene kaart zien. Mr Brandts begint een heel verhaal in het Frans waar ik weinig van begrijp, maar mag door rijden, maar als ik wordt aangehouden door de Franse politie dan zijn de problemen voor eigen rekening. Dit had ik alleen niet voor elkaar gekregen. Mr Brandts is een gepensioneerd Nederlandse ambassade medewerker, en verzorgt nu rondleiding voor toeristen in het gebied en is dus veel in Frans Guyane. Ik rij achter hem aan naar een hotel in Saint Lourant waar ik mijn motor kan parkeren als ik de stad inga. Mr Brandts geeft me het adres van een goede vriend in Matoury, een voorstad van Cayenne, waar ik in de tuin kan kamperen. Na een telefoontje is het geregeld. Hotels zijn hier namelijk onbetaalbaar duur, budgetaccommodatie is hier niet. Een medewerker van het hotel geeft me rondleiding door de stad. Wat een verschil met Suriname, het lijkt erg veel op een stadje aan de middellandse zee in Frankrijk. Na een korte rondleiding kom ik uit bij het Banjo, een strafkamp voor Franse Bannelingen. Wat tot de jaren '60 dienst heeft gedaan. Hier kwamen de bannelingen vanuit Frankrijk aan met de boot en werden ze opgesloten voordat bepaald werd naar welk ander strafkamp in Frans Guyane ze werden gestuurd, oa het bekende Devils Island voor de kust van Kourou. oa Papillon, Dreijffeus hebben hier gezeten. Het banjo is omringd door grauwe hoge muren, en grenst aan de rivier. Ik bedank de medewerker van het hotel, en loop eerst naar de rivier waar er een standbeeld voor de bannelingen staat. Voor de kust ligt een oude boot die volledig begroeid is en net een eiland lijkt. Het schijnt dat je alleen met een gids het Banjo in mag. Maar ik ga het zonder proberen. Ik loop door de grote ingangspoort en zie het terrein is opgedeeld in twee stukken. Het streng bewaakte gedeelte omringd door nog hogere muren. En het gedeelte waar ik me nu bevind is waar de keuken, de administratie, en de barakken voor de bannelingen zijn. Het administratie gebouw, doet nu dienst als bibliotheek voor Saint Lourant. Ik heb tot nu toe gewoon door kunnen lopen, en loop richting het zwaar bewaakte gedeelte waar de toegangspoort op een kiertje staat. Ik loop naar binnen waar wat lui bezig zijn met onderhoudswerkzaamheden, ik loop ze voorbij en bevind me nu in het centrale gebouw van de strenge opsluiting. Links van me zijn drie binnenpleinen met hoge muren waar allemaal kleine isoleercellen zijn. Ik loop er bij een naar binnen en zie de resten van een stalen frame wat een bed moet zijn geweest. De hokjes zijn ongeveer twee meter diep en één meter breed en zes meter hoog, het licht komt van boven waar een kleine opening met tralies ervoor zit. Ik loop verder naar rechts het centrale gebouw uit op een groot binnenplein waar nog meer isoleercellen en wasruimtes zijn. Er loopt verderop een gids met een groep die in het Frans het een en ander uit legt. Ik kan er geen touw aan vat knopen en kijk verder nog wat rond. Na een kwartiertje roept de gids me en vraagt wat. Ik vraag hem of hij langzaam wil praten omdat ik maar een beetje Frans spreek. Hij vraagt me waar mijn gids is. " Die heb ik niet" zeg ik. Dan mag ik hier niet komen, zegt de man. "Ga je me opsluiten dan?" vraag ik. De gids lacht en gaat weer verder met zijn groep. Ik kijk nog wat rond, en heb eigenlijk wel genoeg gezien. Echt mensonterend de omstandigheden waar onder de bannelingen hier werden vastgehouden, en als beesten zijn gehandeld. Er is hier ook nog een guillotine te zien, die hier gebruikt werd. Er wordt tien euro intree gevraagd maar dan laten ze hem ook werkend met een pop zien. Held dat ik ben, bedank ik voor de eer, en hou mijn nachtrust graag op het niveau wat het nu is. Ik loop via het ziekenhuis, waarvan Papillon zijn eerste ontsnapping pleegde, door de poort naar buiten.
Via Mana rij ik langs de kust richting Kourou, ik stop onderweg een keer bij een riviertje waar ik een verfrissende duik neem en een lekker soepie met noedels maak. Rond drie uur rij ik Kourou binnen, waar het Europesche Ruimtevaart Genootschap(ESA) is gevestigd. Er zijn hier ongeveer elke maand lanceringen van de Ariane raketten. Het is een gigantisch terrein en ik rij tot aan het hek waar ik van de beveiliging hoor dat ik bij het museum een rondleiding voor morgen kan regelen. Ik stop bij een oude satelliet die hier als een soort monument staat en waar een schaalmodel van het terrein staat. Als ik er naar sta te kijken komt er een man aan rijden die een tijdje naar de motor staat te kijken en verteld dat er net een lancering geweest is en dat er over twee weken weer een is. Ik vertel dat ik geïnteresseerd ben in een rondleiding, hij verteld dat die al weken van te voren zijn volgeboekt vanuit Europa. Maar hij kan me wel op de lijst krijgen voor morgenochtend, maar dan moet ik wel om half acht morgenochtend bij het museum zijn. "Geen probleen, zeg ik" Ik geef mijn naam door en bedankt de man die weer aan het werk moet.
Ik rij nog even langs het museum waar een model van de Ariane 5 raket op ware grootte staat, wat een ding. Ik rij verder richting Cayenne en naar Matoury volgens de instructies van Mr Brandts kom ik uit bij het huis van zijn vriend, waar ik net voor het donker aankom. Ik stel me voor. Henry en zijn vrouw Maria heten me welkom, omdat het hier vaker regent dan dat het droog is vinden ze kamperen niet zo'n goed idee. En bieden me een kamer aan, maar ik vraag of ik mijn hangmat in de garage mag hangen, dat is ook goed. Henry en Marie hebben een goedlopende Javaanse eettent in de stad Matoury, waar zij elke dag van vijf tot tien heerlijk eten verkopen. Zij gaan dus al snel aan het werk. En ik hang mijn hangmat op in de garage. Er lopen hier ook nog drie grote honden rond die constant lopen te blaffen. Eentje "witje" genaamd is niet erg blij met de nieuwe inwoner van zijn garage en gromt en blaft bij elke beweging. Als hij begint te blaffen gaan de andere honden mee. Het gaat wel als ik me maar niet beweeg. Ik pak rustig mijn spullen uit en breng de rest van de avond door in de hangmat. Als Henry en Marie terugkomen hebben ze lekker Javaanse Kip en Patat voor mij meegenomen, en keert de rust weer terug in de garage. Ik praat verder wat met Henry over Frans Guyane en hij verteld me hoe ik het beste naar Brazilie kan rijden. Er is maar één route en die gaat over een onverharde weg in aanbouw en ik moet zeven keer een rivier oversteken. Voordat ik ga slapen stelt Henry me gerust door te vertellen dat er hier Anaconda's en Kaaimannen in het aangrensende oerwoud zitten en dat die ook wel eens tot in de (open) garage komen. Ja, ook welteruste... Ik ben erg moe en slaap snel ondanks het geblaf van de honden. 

foto's week 9

dinsdag 12 maart, Matoury, Frans Guyane     Km 187,5     Totaal Km 4944,7

Vroeg eruit om op tijd in Kourou te zijn het is ongeveer een uurtje rijden. Ik heb helaas geen rekening gehouden met de file die er stond. Ik wil niet te laat komen en rij langs de files over de andere baan. Bij overmaat van ramp begint het ook nog hard te regenen. Het zicht is nu te slecht om de auto' s in te gaan halen en ik sluit aan in de file. Na een kwartiertje is de afslag naar Kourou nog 60 km en nog 40 minuten. Dat wordt even doorrijden, en voor het eerst in de reis ga ik met de motor boven de honderdtwintig km per uur, de wegen zijn hier goed dus het kan. Maar ik ben goed op tijd zeiknat van de regen in Kourou. Ik had mijn broek van mijn motorpak niet aangedaan, vanwege de rondleiding, maar heb daar nu best wel spijt van. Ik sluit me aan bij wat andere wachtende mensen en na tien minuutjes komt er een grootte luxe touringcarbus. Maar wij gaan eerst naar het museum waar we ons paspoort afgeven en een bezoekerskaart krijgen die we goed zichtbaar op moeten doen. Daarna gaan we naar de controle ruimte van het ruimtevaartprogramma en krijgen heel verhaal over de geschiedenis van de europesche ruimtevaart, natuurlijk in het Frans. Hierna krijgen we een film te zien over de lancering van de Ariane raketten, en ik krijg een koptelefoon met de engelse vertaling. Hierna de bus in, waar ik een mooi plaatsje bij het raam bemachtig. We rijden tot aan het hek, tot waar ik gister ben gekomen, en rijden langs een oude lanceerinstallatie van de oudere Ariane raketten naar het gigantische gebouw waar de Arianne 4 in elkaar wordt gezet. We krijgen een tour door het gebouw. En de Arianne 4 die over twee weken gelanceerd word, zijn ze hier in elkaar aan het zetten. Alle verschillende onderdelen van de raket worden uitgelegd. en we kijken rond in de gigantische hal waar de raket in elkaar wordt gezet. Vanuit hier gaat hij via een rijdende constructie twee kilometer verderop naar de lanceerinstallatie. Helaas mogen we niet naar de lanceerinstallatie zelf, omdat ze daar nu alle brandstof voor de lancering aan het vullen zijn. Maar we worden gerustgesteld met de belofte dat we later op de ochtend wel naar de lanceerinstallatie van de Arianne 5 gaan. Via het gebouw waar de satellieten gereed worden gemaakt, gaan we naar het complex van de Arianne 5. Wat een complex, vanwege de veiligheid mogen we niet de bus uit maar de bus rijdt vlak langs het gebouw en door de hal waar de raket in elkaar wordt gezet. Vanaf hier naar het lanceerplatform van de Arianne 5, wat een complex. Om de gigantische rook en vuur te kunnen afvoeren zijn er grootte afvoer tunnels onder de grond. Helaas mogen we ook hier de bus niet uit, maar vanuit de bus is alles goed te zien. De tour zit erop en we rijden terug naar het Museum. Ik kijk nog wat rond en rij rond twaalf uur naar het plaatsje Kourou zelf. Niet echt interessant, ik kijk even bij het strand, en rij drie keer verkeerd om weer terug op de snelweg naar Cayenne te komen. 
Cayenne is een stad met twee gezichten. Het heeft een mooi centrum met een groot centaal park met palmbomen, echte franse koloniale gebouwen. Veel mooie kleine baaitjes met mooie strandjes. Maar het heeft ook veel armoede en een de wijk bij de vismarkt is een achterbuurt. Ik ben opzoek naar een internetcafé en een bank, want hier kan ik Euro's pinnen en kan zo weer wat cash geld bemachtigen. De bank heb ik gevonden, maar het internetcafé blijkt moeilijk, en staak de zoektocht tegen het eind van de middag. Ik rij terug naar Matoury en rij alvast de eerste tien kilometer van morgen. Ik rij tot een eco-resort gerund door een stel Nederlanders. Ik heb van Henry en Mr Brandts gehoord dat ze twee weken geleden zijn beroofd door een stel bosnegers. Ze werden vastgebonden en voor hun ogen en die van hun kinderen werden de honden hebben afgemaakt en het hele huis leeggehaald. Ze hebben hier een flinke traumatische ervaring van overgehouden. Ik besluit ze op te zoeken, maar kom niet verder als een groot hek, en een dame die verteld dat ze vol zijn en weer vertrekt. Zitten niet echt op bezoek te wachten dus. Terug bij Henry en Marie wordt ik voorgesteld aan hun zoon. Die over een maand naar Nederland gaat en daar ook al vaak geweest is. Later die avond ga ik met een andere huisgenoot naar Matoury waar we eten bij Henry en Marie, heerlijke saté. Later nog even naar Cayenne rijden waar ik een rondleiding van het nachtleven krijg. 

foto's week 9

Woensdag 13 maart, 80 km voor Saint Georges, Frans Guyane   km 162,8   Totaal km 5106,5

Henry maakt nog een lekker ontbijtje voor me, ik bedankt hem hartelijk voor zijn gastvrijheid. Rond zeven uur rij ik het erf af, richting het eind van de weg in Regina. De weg naar Regina gaat door een bergachtig terrein met veel haarspeldbochten en oude bruggen, maar is goed geasfalteerd. Om half negen ben ik in Regina, een klein dorpje op het eind van de bewoonde wereld in Frans Guyane. Het grenst aan de Approuague rivier, een grote brede rivier, die ook nog flink stroomt. Ik vraag aan de gendarmerie waar ik het beste de rivier kan oversteken. Ze vertellen me dat ik het best drie kilometer terug kan rijden en dan een afslag nemen, dan kom ik bij een gedeelte van de rivier uit waar ze een brug aan het bouwen zijn, en daar gaan soms kano's de rivier over. Ik heb geluk als ik bij de plaats aankom is er een man het een kano die net mensen van de overkant heeft gebracht. Het is een kleine metalen kano, waar volgens hem de motor wel in kan als we hem plat op de kano leggen. We onderhandelen over de prijs en vijftien euro vinden we allebei wel een redelijke prijs. Ik leg alle bagage apart voorin de kano. Met vier man tillen we de motor in de kano, die meteen een flink stuk lager ligt, maar blijft drijven. Op hoop van zegen, stap ik ook in, maar heb alle belangrijke documenten voor de zekerheid maar even waterdicht verpakt. In ben niet snel bang op het water, maar ik voel me niet erg op mijn gemak in dit wiebelende ding. We doen er een kwartier over om de overkant te bereiken waar de we de motor nu met zes man eruit tillen. Gelukt, de eerste rivier over, nu volgt het onbekende stuk naar de Braziliaanse grensplaats Saint George, het enigste stukje weg waar ik tot vandaag geen informatie over heb kunnen krijgen. Ik pak alle bagage weer op de motor, en vraag ondertussen aan wat omstanders informatie hoe in naar Saint George kan komen. Ze vertellen mij dat de route over een nog aan te leggen weg gaat waar ze het bos hebben weggekapt en er alleen een onderlaag van een weg ligt die goed te bereiden is. Maar er zijn alleen nog geen bruggen en ik kom volgens de vissers hier drie of vier kleine rivieren en een grote rivier tegen voordat ik St George aankom.
De weg is inderdaad goed te doen. Alleen hoost het verschrikkelijk, en is het af en toe flink modderig. Ik heb gisteren de ketting opnieuw gespannen en hij staat nu te strak gespannen kom ik achter. Om de ketting niet verder te overlasten, moet ik hem nu opnieuw spannen, en insmeren, omdat hij helemaal uitgedroogd van de modder is. Dit, terwijl het nog steeds keihard regent. Na een halfuurtje is de klus geklaard. De eerste rivier oversteek doet zich voor, de weg houd op en er volgt een klein pad naar een riviertje. Ik parkeer de motor op het einde van de weg en loop naar de rivier kant toe. Het is ongeveer vijfentwintig meter naar de overkant. Even verderop maakt de rivier een bocht en lijkt daar wat ondieper. Ik verstop de motor in de jungle, neem mijn kapmes en loop langs een paadje langs de rivier naar de bocht. In de bocht van de rivier ligt veel grind en de rivier splitst zich in twee delen en is hier op het eerste gezicht het minst diep. Ik loop door de eerste stroom en die is niet dieper dan vijftig cm. Het tweede deel heeft een iets dieper stuk in het midden maar is te doen. Ik rij de motor langs het pad naar de bocht. Ik smeer alles goed in met een mix van vet olie, en breng de koffers wadend door de rivier naar de overkant. Zonder problemen kom ik het eerste deel door, maar in het tweede deel glijd het voorwiel weg over een steen, en ik kom tot stilstand omdat de motor uit balans is gebracht. Dit gebeurd allemaal net in het diepste gedeelte natuurlijk. Ik sta nu met twee voeten op de bodem en til het voorwiel over de steen heen. De motor loopt nog en ik rij verder zonder problemen de rivier uit.
Te voet zoek ik een pad terug naar de weg in aanbouw, maar kan weinig vinden. Ik vind geen goed begaanbare paden, behalve een smal paadje langs de rivier. Deze loop ik af tot de hoogte van waar de weg aan de overkant stopte. De weg is aan deze kant meer een pad. Ik twijvel of ik het pad lopend nog moet verkennen of eerst de motor ga halen. Ik kies voor het laatste aangezien ik toch deze kant op moet, en altijd nog terug kan gaan. Ik loop eerste de koffers langs de rivier, en rij dan stapvoets met de motor. In tegenstelling tot de bocht is de kant hier vrij stijl en de rivier dieper, ik kan de bodem niet zien. Eenmaal op het pad aangekomen zadel ik de motor op. Teken mijn kompaskoers op de kaart en ga het onbekende in. Gelukkig is het ondertussen gestopt met regenen en een klein zonnetje breekt door. De volgende twintig km gaat over een blubberig paadje en ik moet twee keer door een klein stroompje. Ik hoop dat de vissers deze ook rekenden tot de kleinere rivieren. Over de afgelopen twintig km heb ik een uur gedaan en ben twee keer onderuit gegaan. Ik bekijk de kaart en het ziet er naar uit dat ik St George met deze voortgang vandaag niet ga halen, aangezien het nu al drie uur is en er nog zeker tachtig km te gaan. Het pad is aan twee kanten omgeven door dichte jungle, de zon kan er nauwelijks door komen. Na een bocht moet ik vol ik de ankers omdat er een bulldozer midden op het pad staat, met niemand erin. Even verder staan nog wat machines. Het pad is een stuk breder geworden en door in de sporen van de bulldozer te rijden is het goed te doen. Boven op een heuvel kan ik het pad door de jungle zien slingeren totdat het ophoud bij een riviertje. Eenmaal bij de rivier aangekomen bleek deze toch breder, maar vooral dieper dan vanaf de heuvel. Hier kan ik niet doorheen, tot zover ik het kan bekijken zie ik geen doorwaadbare plaats in de buurt. Ik vraag me toch af hoe de bulldozers hier gekomen zijn. Er was een kilometer terug wel een zijpad. Voordat ik hier allerlei capriolen ga uitvoeren om dit water over te komen, ga ik eerst daar maar even kijken. In mijn enthousiasme maak ik ook nog een flinke glijder halverwege, maar de sporen van de bulldozer gaan inderdaad dit zijpad in dwars door het oerwoud en komt een stuk verder ook bij de rivier uit waar er wel een doorwaadbare plaats is. Nou voor bulldozers dan misschien, ik wad eerst weer de koffers door de rivier die hier vijftien meter breed is. Het lijkt er op dat er een laag aarde in de rivier is geschoven om hem ondieper te maken, maar tevens een modderige ondergrond geeft. De diepte valt alles mee, net tot onder het kruis, 70 cm in het midden denk ik. Ik kom er zonder problemen door heen, en vervolg mijn weg. Het pad wat nu meer de vormen van een slechte weg aangenomen heeft gaat vanaf hier door wat heuvels en gaat op sommige stukken vrij steil, wat erg glad is met de modder. Ik heb het voorspatbord eraf gehaald, omdat ik bang ben dat het voorwiel anders blokkeert door de modder. 
Als ik langs een open stuk in het oerwoud kom, besluit ik hier maar te gaan overnachten, aangezien het snel donker zal zijn. Doorrijden heeft geen zin aangezien ik niet echt een idee heb wat me te wachten staat. Ik rij ruim tweehonderd meter het open stuk in, wat een stuk gekapt oerwoud blijkt te zijn, en stop net uit het zicht van de weg. Tent opzetten lijkt me niets hier, en ik hang mijn hangmat hoog tussen twee bomen, zo dat ik ongeveer anderhalve meter boven de grond hang. Boven mijn hangmat bevestig ik een mijn muskietennet en daarboven een stuk zeil, mocht het gaan regenen vannacht. Met het kapmes snel op zoek naar wat hout voordat het donker wordt. Ik krijg een leuk vuurtje aan de gang met behulp van wat benzine uit de reserve jerrycan. Wat blikvoer dient als avondeten en breng de avond lezend door in de hangmat. Na nog wat hout op het vuur te hebben gegooid doe ik een poging tot slapen, maar ik sta echt versteld wat er een herrie uit het oerwoud komt. Na vele korte slaapjes zie ik dat het rond vijf uur begint te schemeren.     

donderdag 14 maart, Oiapoque, Brazilië                   Km 72,4        Totaal Km 5179,9

Ik blijf tot zes uur wat lezen. En pas als het goed licht is, pak het hele kamp weer in. Ik maak de ketting weer goed schoon en smeer hem goed in met vet. Na brood voor de hele dag te hebben gemaakt, rij ik richting de weg. Het heeft bijna niet geregend vannacht, maar het nu begint weer, aan de lucht te zien gaat het flink hozen, want het lijkt wel weer donker te worden. Ik pak alles goed in, en ga snel rijden nu het pad nog enigszins begaanbaar is. Het duurt geen kwartier of er barst een tropisch buitje los, schuilen heeft geen zin want het pad wordt door al die regen alleen maar slechter. Na een uur staat er tien km op de teller, het is echt glissen en glijden. Bij een doorwaadbaar stroompje laat ik de motor in het midden staan en maak de banden moddervrij voor meer grip. Het werkt voor een paar km maar daarna zitten de noppen weer vol. 
Met de middag heb ik nog maar 40 km gereden als ik bij een aantal hutjes bij een grote rivier aankom. Ze zien er verlaten uit, wel liggen er een aantal kano's. Aan de overkant van de rivier zie ik de weg verdergaan ook daar liggen een aantal kano's. Ik loop wat rond bij de hutjes, en zie wat visspullen liggen. Waarschijnlijk wonen hier vissers die nu aan het werk zijn. Ik speur de rivier af maar zie weinig, wel zie ik nog een paar hutjes aan de overkant. Ik ga aan de over onder een zeil zitten wachten. Na een uurtje zie ik wat beweging aan de overkant en er komt iemand met een kano polshoogte nemen. Een man in een kano peddelt langs lijkt eerst de rivier af te gaan, maar zijn nieuwsgierigheid wint het, en komt dichterbij. Ik heb al een uur in mijn franse woordenboekje zinnen gemaakt, voor het geval dat er iemand komt. Ik vraag, hoe ik het beste naar Saint Georges kan komen. De man wijst naar de overkant van de rivier. Ik vraag hem of hij me naar de overkant wil brengen. Hij zegt nog steeds niets maar stapt uit zijn kano en loopt naar de motor. Dan volgt in een zin in een onbekende taal. Ik versta het woord 'todos' of 'todo' wat spaans voor 'alles' betekent. Ik denk dat dit een Braziliaan is, en pak mijn 'hoe en wat in het Portugees'. De man vraagt waarschijnlijk of dit ook allemaal mee naar de overkant moet. In een mix van spaans en portugees vraag ik of hij me met alle spullen naar de overkant wel zetten en dat ik hem daar voor wil betalen. De man, zegt nog wat onverstaanbare zinnen en wijst naar de overkant, waarop ik met 'Ja' antwoord in het portugees. 
De man loopt naar de kano en vaart naar de overkant waar hij met een grotere kano terugkomt. Wel eentje zonder buitenboord motor, trouwens. Samen tillen we de motor in de kano en de koffers erbij. Al heeft deze kano geen motor hij is wel groter als de kano van gister bij Regina. De man zit achter en ik voor. Ik peddel zelf ook mee met een stuk hout. Ik krijg allerlei aanwijzingen naar mijn hoofd geslingerd maar versta er niets van. Ik peddel richting de plaats waar de man met zijn kano vandaan kwam. We zijn evengoed een halfuurtje aan het peddelen maar komen op de plaats aan. Samen worden de spullen uit de kano getild en ik geef de man vijftien euro voor de overtocht. En vraag of dat goed is zo. De man lacht tevreden en steekt het geld in zijn zak. Verder zegt hij een paar keer Saint-Goerges en wijst naar de weg. Ik veeg in de rivier de ergste modder van mijn kleren en handen en neem een paar broodjes. Ik vervolg mijn route en de weg is hier in redelijke conditie, er zijn een paar verse sporen door de modder die ik goed kan volgen. De ketting begint weer erg te knarsen en ik ben bang dat hij breekt als ik verder doorga. Ik stop bovenop een heuvel zodat ik goed kan zien wat er om me heen gebeurd, en maak de hele ketting moddervrij en smeer hem opnieuw in met vet. Na nog een kleine rivier doorwading die ik vol vertrouwen met de koffers erop neem, rij ik verder richting Saint George, waar ik na nog een uurtje modderworstelen aankom. Erg blij dat ik hier ben, snel naar de franse immigratie op het vliegveldje waar ik zonder problemen mijn exit stempel krijg, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Er is net een vliegtuig vanuit Cayenne geland, en er staat meer mensen bij de immigratie. Ik kan Brazilie zien liggen, aan de overkant van de Oiapoque rivier. Die nog wel groter lijkt als de vorige rivier. Had ik bij de vorige rivier een strandje wat langzaam de rivier inging, hier is er een steile rivierwand en een paar gammele steigertjes. Er is een visser die me wel naar Oiapoue (Brazilie) wil brengen het is ruim een half uur varen en zijn kano is veel kleiner als de vorige, maar heeft wel een buitenboord motor. We kunnen het niet eens worden over de prijs. Ik heb hem gezegd dat twintig euro mijn laatste bod is, meer betaal ik niet. Na tien minuten te hebben gewacht, ziet hij in dat ik niet meer ga bieden en gaat akkoord. Even verderop is er een steile houten boothelling, waar ik voorzichtig met de motor afrij. Het hout is erg glad van de regen en voor de zekerheid bind ik een touw aan een boom vast en maak die aan de motor vast, zodat mocht ik het grip op het hout verliezen de motor niet naar de bodem van de rivier verdwijnt. Het was niet overbodig want onderaan is het nog veel gladder en de motor komt pas tot stilstand als het touw gespannen is. Met wat andere vissers wordt de motor in de kano getild. De visser wel hebben dat de motor rechtop blijft staan en dat ik erop blijf zitten om hem in evenwicht te houden. Dat vind ik geen goed plan, omdat de kano zeer onstabiel is en ik dan bang ben dat de motor uit balans raakt, en dan de boot ook. Dus we leggen de motor weer plat op de kano. Omdat deze kano kleiner is raakt een van de handvaten het water, dus moet ik het stuur optillen als we varen. Alle bagage en een andere visser voorin als tegengewicht beginnen we aan de tocht over de rivier, het is ondertussen weer flink gaan regenen. We houden eerst een kwartier de kust van Frans Guyane aan, en steken dan schijn de rivier over en volgen dan de kant van Brazilie. Na ruim veertig minuten komt Oiapoque inzicht en de vissers meren aan bij een strandje in de buurt van het dorpje. De motor tillen we met hulp van een paar omwonende uit de boot en het laatste stukje rij ik door het water het strandje op. Alle bagage er weer op, en dan op naar de Braziliaanse douane. Ik langs een gebouw van het Ministro de Fazenda. Hier moest ik in Boa Vista dat ik voor het eerst Brazilie in ging ook heen voor de papieren van de motor. Het is rond twee uur als ik daar aankom. Ik tref alleen een man van de veiligheid die verteld dat ze met vijf minuten van hun lunch terugkomen. Na een half uur komt er inderdaad iemand. Die bekijkt al mijn documenten rustig en komt na nog een half uur tot de conclusie dat ik eerst mijn paspoort maar moet laten afstempelen bij de Federale Politie en dan maar terugkomen. Ik verlies alle hoop om vandaag nog verder te komen en ben bang dat ik hier de nacht moet doorbrengen. Oiapoque staat bekend als een vrij ruige plaats omdat er veel gesmokkeld wordt naar Frans Guyane, en er veel goudzoekers hier een weekend vermaak hebben vanuit de rondliggende goudmijnen. En komen hier veel indianen uit de omliggende reservaten. De Galibi-, Uaca-, en Waiapa indianen komen hier om zich aan de geneugten van de westerse wereld te vergrijpen.
Bij de federale politie doe ik mijn zegje en krijg zonder problemen een visum voor drie maanden voor Brazilie. Terug bij de Ministro de Fazenda bekijken ze de stempel alsof ze er nog nooit een gezien hebben, en presteren het om er nog twee uur over te doen voordat ik met een tijdelijk invoerbewijs opzoek ga naar een hotelletje. Ik had in Frans Guyane al gehoord dat de hoteltjes hier vaak vol zitten met Brazilianen die wachten op hun illegale overtocht de rivier over om illegaal werk te doen in Frans Guyane. Aangezien Frans Guyane bij de Europese Unie hoort zijn de salarissen er veel hoger als in Brazilie. Een van de eerste hotelletjes heeft geen ruimte maar hebben wel een hokje aan de overkant wat ze wel voor een nachtje willen verhuren. Door een modderig steegje kom ik bij een aantal houten hokjes aan de zijkant van een bar aangebouwd. Ik bedank de man vriendelijk, want het ziet er niet uit. De komende uur ben ik overal in het dorp geweest maar overal het zelfde verhaal, alles zit vol. Kamperen lijkt me hier niet veilig, zo dicht bij het dorp. Bovendien is er weer een hoosbui los gebarsten en ik heb geen zin in weer een nacht in de jungle. Dan maar dat hokje aan de zijkant van de bar. Het blijkt verhuurd te zijn, maar de man wil het wel aan mij onderverhuren. Als ik er voor de tweede keer rondkijk, valt de binnenkant wel mee. Het bed is nog wel redelijk schoon. Het staat vol met spullen van de man, ik zet het bed op z'n kant tegen de deur die namelijk niet opslot kan, zo kan er ook niemand onverwacht naar binnenkomen vannacht. Ik zet m'n tent op midden in de kamer, die kan dan meteen drogen, terwijl ik schoon kan slapen. Ik kan me douchen in het hotel aan de overkant. Na een biertje in de bar, en de motor goed op slot te hebben gezet, ga ik maar snel slapen.

foto's week 9

vrijdag 15 maart, Amapa, Brazilië          Km 275,6            totaal Km 5455,5

Om zeven uur rij ik Oiapoque uit, de weg richting Macapa is verschrikkelijk slecht. Onverhard vol met gaten en de aanhoudende regen heeft van de toch al slechte weg een modderbaan gemaakt. De eerste paar kilometer vanuit Oiapoque zijn heel slecht, zigzaggend rond de gaten in de weg doe ik over de eerste vijfentwintig kilometer een uur.Na nog een half uurtje stop ik en laat de motor even afkoelen. De ketting is nu alweer uitgedroogd van de modder, ik maak hem schoon en smeer hem in met olie. Ik heb wel een reserveketting maar dit lijkt me niet de meest ideale plaats voor pech. De eerste vijftig kilometer gaat door het National Parque de Cabo Orange, een reservaat om de plaatselijke indianenbevolking te beschermen. Het is dan ook verboden om van de weg af de gaan. Langs de weg zijn een paar indianendorpjes van bamboo huisjes. Ik ben nu twee uur aan het rijden en de weg wordt een beetje beter, maar meer dan 35-40 km per uur zit er niet in. De weg is erg modderig maar de ondergrond is hard, dus zak ik niet diep weg. Ik kom op een ogenblik een bocht omrijden staan er een groepje indianen midden op de weg. Hun schrikken en gaan aan de kant, ik schrik en stop op dertig meter afstand. We staan naar elkaar te kijken alsof we buitenaardse wezens zien. Ik zet mijn helm af en zet de motor af en op de standaard. De groep, allen met ontbloot bovenlijf verdwijnen snel in de jungle. Ik kom nu in de buurt van een nederzetting en zie veel Uaca indianen langs de weg. Om twaalf uur smeer in de ketting voor de tweede keer in. Na honderd kilometer van Oiapoque kom ik erachter dat ik mijn grote kettingslot ben vergeten, die hangt nog om een paal bij mijn 'hotel'. Jammer, ik ga zeker niet terug. Als ik wel terugga dan haal ik het volgende dorpje zeker niet vandaag, en moet weer een nacht in Oiapoque doorbrengen. De weg gaat over veel oude bruggen en gaat af en toe flink steil tegen de heuvels op. Maar vlakt na de middag uit, en rond drie uur ben ik in Calcoene, twee huizen een bar en een benzinepomp. Ik had dit als eindbestemming voor vandaag, maar besluit voor een groter dorp 85 kilometer verderop te gaan, Amapa. Ik hoop dat Amapa tenminste een hotel heeft. Vanaf de afslag van de weg is het 15 kilometer naar het dorp, de weg is erg slecht en veel zand stukken erin, erg modderig dus. De route gaat langs een verlaten Amerikaans vliegveld, die in tweede wereldoorlog gebruikt werd. Wat die hier moesten weet ik ook niet, het zal wel te maken hebben met de bescherming van de Bauxietmijnen in de Guyana' s waar het meeste Bauxiet vandaan werd gehaald wat in de Verenigde Staten tot aluminium gemaakt werd voor de vliegtuig industrie. Ik probeer het aan een lokale held te vragen, maar het taalprobleem laat mij naar de antwoorden gissen. In Amapa aangekomen rij ik tegen een pousada (hotel) aan, de enige in het dorpje. De kamers zijn erg mooi, en ik voel me een klein beetje schuldig, dat ik hier met mijn blubberkleren intrek, dus trek ik mijn motorpak maar buiten uit. Pak de hangmat uit, en breng het eerste komende uur in hangende positie door. 

foto's week 9

zaterdag 16 maart, Porto Santana, Brazilië           Km 411,8          totaal Km 5867,3

Rond acht uur rij ik Amapa uit. Ik snij een stuk van de route naar de weg af door over de oude landingsbaan van het oude Amerikaanse vliegveld te rijden. Het is nog tweehonderd vijftig kilometer voordat volgens mijn informatie het asfalt begint. Waar ik als het meezit zo'n zes uur over ga doen. Omdat ik al een paar keer door water van ruim een halve meter ben gegaan begint de ketting na een uurtje al flink uit te drogen, en moet hem opnieuw insmeren. Ik stop om het uur om de motor te laten afkoelen en als het nodig is de ketting te smeren. In vergelijking met gisteren kom ik vandaag veel meer verkeer tegen, en kom zeker twee keer per uur een tegenligger tegen of wordt ingehaald. Ook zijn er veel meer dorpjes op de route. Ik ben erg op mijn hoede, er wordt in deze omgeving veel geplunderd, geroofd en beroofd. Daarom ga ik ook niet kamperen als zo het makkelijk kunnen hier.  Amapa waar ik vannacht was, heeft een bloeiende piraten industrie. Waar boten die de Amazone delta in-of uitvaren geënterd worden. De moordenaars van Sir Peter Blake, de beroemde zeiler die twee maanden terug met zijn schip de amazone op wilde varen komen uit deze contreien. Opeens honderd twintig kilometer voordat het verwachte verschijnt er asfalt aan de horizon. Een fata morgana denk ik eerst nog, en neem een slok water. Maar de hobbelige modderweg gaat over in een mooie verse gladde asfaltweg. Ik stop om de modder van de ketting te halen, en maak zet hem nog een keer vers in de olie. Haal de kleine steentjes tussen het profiel van de banden, en pomp ze op tot weggebruik. De weg is perfect tot aan Porto Grande, waarna tot aan Macapa er hier en daar gaten in de weg verschijnen. Ik ben al de hele week een dag in de war, en ben onder de veronderstelling dat het vandaag vrijdag is en ben snel op zoek naar een bank, om geld te pinnen. Ik moet nog haasten, maar om half vier ben ik in het centrum van Macapa, maar welke bank ik ook probeer ze zijn allemaal dicht, en pinnen lukt ook niet. Ik duik even een internetcafeetje in, en ga daarna richting Porto Santana, de haven van Macapa, 30 km verderop, daar zullen ze vast wel gelegenheid hebben om geld te wisselen.
In Porto Santana aangekomen, rij ik eerst naar de haven, die veel kleiner is dan ik verwacht. Er komen meteen een paar kaartverkopers naar me toe, en vragen waar ik heen wil. Belem, zeg ik. Segunda Feira zeggen ze in koor, wat volgens mij tweede klas betekent. Ok, zeg ik. Alleen kunnen ze me niet de prijs voor de motor vertellen. Ze zullen de eigenaar van de boot bellen, en dan weten ze het over een uurtje. Ik ga ondertussen verder opzoek naar andere boten, om een beetje een idee van de prijs te krijgen. Maar overal waar ik naar een boot voor Belem vraag, verwijzen ze me naar de boot waar ik al geweest ben. En krijg later te horen dat dit de enigste boot is die naar Belem vaart. Na wat verder te hebben rondgereden in Porto Santana ga ik weer terug naar de haven waar ik de prijs voor de motor te horen krijg. En na wat verder vragen kom ik erachter dat Segunda Feira niet tweede klas betekent maar maandag. De eerst volgende boot gaat dus pas maandag, nog steeds onder de veronderstelling dat het vrijdag is, baal ik dat ik hier een weekend moet blijven. Maar er gaat geen andere boot, dus er zit niets anders op. Omdat ik evengoed nog wat wil navragen, ga ik opzoek naar een hotelletje in de haven. Waar er niet veel van zijn, omdat het ondertussen al bijna donker is, neem in een van de eerste hotelletjes waar ik de motor veilig kan stallen. 

foto's week 9

zondag 17 maart, Porto Santana, Brazilië                      Km 91,0                  totaal Km 5958,3

Nog steeds onder de veronderstelling dat het zaterdag is, ga ik met de motor naar Macapa op zoek naar een bank waar ik geld kan pinnen. De stad ziet er verlaten uit en er lopen maar een paar mensen op straat, alle winkels zijn gesloten. Ik probeer te pinnen bij een paar pinautomaten, maar heb nergens geluk. Ik probeer het nog maar een keer bij een bank waar het gister ook niet lukte. En vandaag lukt het wel, ik pin meteen genoeg geld voor de komende twee weken. In Macapa zelf is weinig te beleven, aan de rivier staat een oud portugees fort, wat ook korte tijd door de Nederlanders is bezet. Ik besluit tot een persoonlijke invasie, en breng de komende twee uur rond dwalend door het fort, een mooi uitzicht over de Amazone, en grote kelders om in rond te dwalen. Net buiten de stad staat een monument die de evenaar markeert, vlakbij het voetbalstadion van de stad, waar de middellijn precies de evenaar is. Teruggekomen bij het hotel zie ik op mijn laptop dat het vandaag zondag is, en als ik de dagen terugtel sinds vertrek vanuit Parimaribo klopt het wel, ik had de dag dat ik naar Kourou was geweest niet meegeteld. Dat betekent dat de boot morgenochtend al gaat. Ik rij langs de haven en krijg daar te horen dat de boot over een twee uur uit Belem arriveert, en morgenochtend om tien uur vertrekt. Nu heb ik van veel andere reizigers gehoord dat het aan te raden is om de avond voor vertrek alvast aanboord te slapen, om zo een goed plekje aanboord te kunnen bemachtigen. Maar ik besluit om morgenochtend vroeg te gaan, omdat ik niet erg veilig vind hier in de haven, en geen zin heb om met al mijn spullen daar een nacht door te brengen. De prijs per persoon naar Belem is redelijk, maar voor de motor moet ik bijna drie keer zoveel betalen als mijzelf. Ik vertel dat ik altijd voor de motor het zelfde betaal als voor mijzelf. Maar ik gaat niets van de prijs af. En omdat het er naar uitziet dat de boot toch niet vol zal zijn morgen, besluit ik morgenochtend verder over de prijs te onderhandelen. 's Avonds ontmoet ik twee andere reizigers uit Frans Guyana die ook naar Belem op dezelfde boot gaan, de ene fransman heeft de overtocht al vaker gemaakt en bevestigd mijn theorie en zegt dat de prijs wel zal zakken dichter tegen het tijdstip van vertrek. 

foto's week 9  


Het franse strafkamp in Saint-Lourant du Marconi.


Europese Ruimtevaart Programma (ESA) in Kourou.


Een van de vele overtochten, onderweg naar Brazilie.

alle foto's week 9 

<< week terug <<   overzicht   bovenkantpagina   >> week verder >>