Make your own free website on Tripod.com

<< week terug <<    terug naar overzicht    >> week verder >>

Maandag 18 februari, Lolo Pasi, Raleighvallen Nationaal Park, Suriname  

Vijf uur is de bus eral. We hebben proviand voor vijf dagen mee. De bus wordt aardig gevuld. Vanuit de zusterflat gaan mee Lonneke, broers Rob en Martijn, Ingrid en ik, Marleen, Maaike en vriend Frank. Hans blijft achter want zijn vriendin Minona komt donderdag. Na het ziekenhuis gaan we Maaike's ouders en broer ophalen. Daarna pikken we Marleen haar ouders op. Omdat de dames allemaal tegelijk vakantie hebben komt er veel familie op bezoek. Met z’n dertienen gaan we op weg naar Witagron. Het is ongeveer vijf uur rijden. Het eerste uur is goed begaanbaar. Wanneer  we bij het vliegveld rechts afslaan het binnenland in, rijden we vier uur lang op een goede onverharde weg met af en toe een gammel bruggetje. Na een kwartiertje wachten in Witagron, wat een klein gehucht blijkt te zijn, komen de bootjes al aan; één voor de bagage en een grotere voor ons. De boten zijn uitgeholde boomstammen met een buitenboordmotor erachter, die hier in Suriname korjalen worden genoemd. We krijgen allemaal een zwemvest om en beginnen aan de tocht van vijf uur over de Coppenamerivier naar de Raleighvallen. Onderweg passeren we twee kleine indianendorpjes en een paar kleine stroomversnellingen. De bootjes slingeren de rivier over, er zitten een paar ondiepe stukken bij en af en toe is de bodem duidelijk zichtbaar. Na drie uurtjes varen stoppen we bij een eilandje in de rivier. Even pootje baden in een stroomversnelling, want het is erg warm op het water en ik zie al heel wat verbrande koppies om me heen. Na deze tussenstop volgen er steeds meer stroomversnellingen waar we langs varen, en grote rotsblokken in de rivier. Rond vier uur komen we bij de Raleighvallen en worden we afgezet bij ons huisje. Het huisje staat tegen een heuvel aangebouwd en overkijkt een van de grotere stroomversnellingen en is omgeven door jungle. Ingrid en ik liggen gezellig in een stapelbed, want er is maar één tweepersoonsbed. We gaan al snel zwemmen bij de stroomversnellingen en bij een nabij gelegen strandje. Rob en ik gaan even de omgeving verkennen en lopen over de rotsen een stuk de rivier op en zwemmen naar de overkant, wat bemoeilijkt wordt door de sterke stroming. Af en toe laten we ons meevoeren door de stroming en gaan dan langs de kleinere stroomversnellingen. Aan de overkant van de rivier lopen we langs de rotsen aan de zijkant terug en zwemmen daar weer naar de overkant. Aangezien het al bijna donker wordt gaan we hout verzamelen voor het kampvuur van de avond en we hebben al snel een leuk vuurtje aan de gang. Ondertussen is het eten gemaakt en bij het licht van olielampen, gaan we eten. We hebben heel wat bier meegenomen, wat we voor de afkoeling in de rivier zetten. Het idee is leuk maar zelfs in de stroomversnellingen is het water te warm voor afkoeling, lauw bier is ook wel te drinken... Frank is muzikant en heeft zijn gitaar meegenomen het wordt een gezellige avond.

foto 's week 6

Dinsdag 20 februari, Lolo Pasi, Raleighvallen Nationaal Park, Suriname

Vanmorgen even lekker gezwommen bij de stroomversnellingen, een beetje in de hangmat rondgehangen. Om twaalf uur komt er een gids die ons meeneemt voor een natuurwandeling naar de moedervallen die hier op een uurtje lopen vandaan zijn. Mr Guide verteld onderweg van alles over de natuur, de verschillende bomen en wat de bosnegers als voedsel gebruiken en welke planten giftig zijn, erg interessant allemaal. Het pad waar we over lopen is goed begaanbaar, loopt een stuk de jungle in en komt weer uit bij de rivier. Bij de moedervallen aangekomen is daar een waterval van een meter of acht. De omgeving is erg mooi, veel dichte jungle. Helaas kan er niet gezwommen worden omdat er in dit gedeelte van de rivier heel veel grote sidderalen zitten. Als we bij de rivier gaan kijken zien de inderdaad tientallen dikke vette sidderalen, van wel anderhalve meter lang. Niet echt uitnodigend om te gaan zwemmen. De sidderalen zullen je niet vermoorden maar door de schok raak je tijdelijk verlamt, en verdrink je. Ik vertel de gids waar wij gisteren gezwommen hebben en hij zal op de terugweg even uitleggen waar het veilig is om te zwemmen en waar niet. Ook zitten er veel piranha’s hier in het water. Die beesten doen je geen kwaad zolang je niet met wondjes gaat zwemmen. Vrouwen die ongesteld zijn worden dan ook afgeraden om te gaan zwemmen. Ik heb in Mexico wel eens een groep Piranha’s tijdens hun etenstijd gezien, dat was geen prettig gezicht. Binnen 5 minuten was er niets meer over van een kalf die een riviertje overstak. Elke paradijsje heeft zijn gevaren... Jammer dat we dezelfde weg terug wandelen. Als we weer terug zijn gaan we even zwemmen maar blijven deze keer wel in de buurt van de stroomversnelling waar volgens Mr Guide geen sidderalen zitten. We slepen aardig wat hout naar boven en maken een groot vuur die de hele omgeving goed verlicht. Na het eten lekker in de hangmat gehangen en wat oude nieuwe revu’ s gelezen die Rob en Martijn hadden meegenomen.   

foto 's week 6

Woensdag 21 februari, Lolo Pasi, Raleighvallen Nationaal Park, Suriname

Om zeven uur eruit, want vandaag gaan we naar de Voltzberg een kale rotspunt die op drie uur lopen hier vandaan 200 meter boven de jungle uitsteekt. Na een snel ontbijtje neemt mr Guide ons mee in een korjaal naar de overkant van de rivier waar het pad naar de Voltzberg begint. We volgen een klein zijriviertje de eerste paar kilometer en komen dan uit bij een opening in de jungle, waar in het regenseizoen uitzicht is op een mooie waterval, maar die er nu een beetje zielig bij ligt. Er loopt een gids voorop en een achterop. Met z’n allen vormen we een lang lint dat zich door het oerwoud slingert, voorop heb je de meeste kans om iets te zien omdat de meeste dieren schrikken van het lawaai dat we met z’n allen maken en vertrekken. We horen heel wat vogels de gids verteld wat voor vogels het zijn en ik krijg een beetje het idee, dat wat hij niet weet wel verzint, of hij weet echt alles dat kan ook. De meeste vogels hebben namelijk dezelfde naam als het geluid dat ze maken, dus zo moeilijk is dat ook niet. Er ligt een klein slangetje opgerold op het pad, het schijnt een Bushmaster te zijn, zwaar giftig en ik loop er met een grote boog omheen. Verder zien we nog een boskip, twee parende schildpadden en veel vogels. Ook liggen er een paar gigantische rotsblokken midden in de jungle, waar de jungle overheen lijkt te groeien. Na twee uur komen we uit bij een groot open rotsplateau aan de voet van de Voltzberg. De zwarte rotspunt geeft een mooi contrast met de groene omliggende jungle. We laten de rugzakken hier achter en gaan alleen met een fles water verder. Na nog halfuurtje lopen komen we bij de voet van de berg. Het eerste stuk is nog begroeid, maar na tien minuten steil omhoog, wordt de begroeiing minder en blijft er een kale rotspunt over. Het lijkt net asfalt waar we op lopen. Na een half uurtje klimmen zijn we op de top van de berg. We zien tot aan de horizon dichte jungle met af en toe een riviertje. Verder zijn er nog een paar andere toppen te zien. Na een halfuurtje op de top gaan we weer naar beneden. Op de terugweg komen we nog een grote dikke slang tegen. Hoog in een boom hangt een slingeraap te slingeren, of slingert een hangaap te hangen. Een van de grotere apen die hier voorkomen. En Mr Guide gaat nog bovenop een kreekanaconda staan en schrikt daar zo van dat hij een hoge sprong maakt en een harde gil geeft. Later verteld hij dat dit hem nog nooit was overkomen dat hij op een slang ging staan. De slang is familie van de rivier anaconda maar dan kleiner en is behalve een wurgslang ook nog giftig. 

Tegen vier uur zijn we weer terug bij ons huisje, we gaan nog even in de rivier spelen en gaan onze houtreserve voor het kampvuur weer aanvullen. We hebben het meeste sprokkelhout in de omgeving al gepakt en er zijn nu alleen nog maar dikke boomstammen over dus na heel wat gesleep krijgen we een leuk vuurtje. De dames zijn nog aan het zwemmen bij de stroomversnelling. Er is een rots die langzaam in de rivier loopt waar het goed vertoeven is, alleen om daar te komen moet je wel over de stroom versnelling heen springen. Ik wil er een houten balk overheen leggen maar onderweg lopend over de rotsen raak ik uit balans en laat de balk vallen en die komt op twee vingers van mij terecht. Auw Auw die worden blauw... Ik vloek drie keer en maak mijn “brug” af. Helaas geen koud water hier om de zwelling tegen te gaan. Eén vinger ligt open en heeft een blauwe nagel, de andere vinger heeft een half blauwe nagel. Maar met zes zusters en een dokter (vader van Maaike) voel ik me aardig op mijn gemak. Toch maar even een kwartiertje onder stromend water en het blauwe wordt als snel rood en de vingers doen de rest van de avond ontzettend pijn. Ik drink een paar flinke glazen bier en ik voel al wat minder. We maken weer een leuk kampvuur en het eten is weer erg goed. Smack met rijst. Verder ’s avonds met Ingrid wat rondgehangen in de hangmat.

foto 's week 6

Donderdag 22 februari, Lolo Pasi, Raleigh Vallen Nationaal Park, Suriname

Vandaag geen wandeltochten op het menu, we kunnen dus lekker gaan zwemmen. De gids is vanochtend langs geweest en als we naar een indianen dorpje hier in de buurt willen kan dat. Na even lekker in de rivier gezwommen te hebben gaan we met een korjaal naar het dorpje wat op een groot eiland in de rivier ligt. Er is een Medische Zending post met een klein vliegveldje. We krijgen een rondleiding, er zijn hier nog een paar huisjes voor toeristen, maar er is nu niemand hier. Er is een groep naar de Voltzberg en die blijven daar overnachten, verder is hier eigenlijk weinig te beleven, en we gaan even bij het vliegveld kijken. Achter het dorpje ligt een grasvlakte van 500 meter lang waar een bamboe hutje de vertrekhal is, een er staat verder nog een gebouwtje met een radio erin. Er schijnt een vliegtuig aan te komen en wachten in spanning af. Het is ondertussen flink gaan regenen. Als het tijdelijk weer even opdroogt gaan we maar weer terug naar het dorpje waar we twee autobanden lenen, zwemvesten aandoen en met de banden door de stroomversnellingen gaan. Martijn gaat er zelfs zonder band en alleen met een vest doorheen. Het is ondertussen weer hard gaan regenen. Ik ga ook nog een keertje samen met Ingrid door de stroomversnelling, en dan horen we het geluid van een vliegtuig en we lopen snel naar de landingsbaan. We zijn er nog geen vijf minuten of het vliegtuigje komt inzicht. De piloot zet zijn vliegtuigje vakkundig op de postzegel die ze hier landingsbaan noemen. Het is een acht-persoons vliegtuigje van Gum Air die vluchten naar de binnenlanden van Suriname en Brits Guyana doen. We raken met de piloot aan de praat en hij verteld ons over het vliegen in het oerwoud. Door de regen en de laaghangende bewolking kon hij “de landingsbaan” niet zien en heeft wat rondgevlogen. Zijn assistent haalt wat pakketjes uit het ruim en laad wat andere spullen in. Na tien minuutjes vertrekt het vliegtuigje weer en heeft de hele landingsbaan nodig om op te stijgen. Wij gaan weer terug naar het dorpje en rommelen nog wat bij de rivier, voordat we met de korjaal weer terug gaan naar ons huisje. Voordat het donker wordt gaan we nog wat in de stroomversnelling zwemmen. Om nog een flink kampvuur te maken halen we dooie bomen uit het oerwoud en maken een groot kampvuur. Aangezien het onze laatste avond hier is maken warmen we alles wat we nog over hebben aan eten op en maken er een mooi prakje van. Ook het bier moet op, want dat is natuurlijk zonde om mee terug te slepen.  

foto 's week 6

Vrijdag 23 februari, Paramaribo, Suriname

Vroeg eruit, alles inpakken, en om half negen is de boot er. We schrijven allemaal nog even een leuk verhaaltje in het gastenboek en laden dan de boot in. Stroomafwaarts vaart de boot een stuk sneller en om 12 uur zijn we bij Witagron. De korjalen leggen aan onder de brug over de Coppename rivier, die in verschrikkelijke slechte staat verkeerd. Het ijzeren frame van de brug is op sommige plaatsen weg, en het houten wegdek is op veel plaatsen verrot er zitten gaten van soms meters in de brug. In het midden van de driehonderd meter lange brug  is een groot gat waar waarschijnlijk een vrachtwagen doorheen is gezakt. Na een klein halfuurtje is onze bus er. We laden alle spullen uit de boot en in de bus. Onderweg terug stoppen we nog bij Cola Kreek, waar in 1989 een vliegtuig van de SLM is neergestort, er staat nu een slecht onderhouden monument. We hadden gehoord dat er nog wat resten van het vliegtuig te zien waren, een vliegtuigmotor. Maar wij zien niks. Rond vijf uur komen we bij het ziekenhuis. ’s Avonds hebben we gegeten bij een nieuwe Roti-tent die tegenover het ziekenhuis gebouwd wordt. Daar wordt een klein winkelcentrum gebouwd waar ook een internetcafé inkomt. Morgen is de feestelijke opening, maar het internetcafé is vanavond al geopend. Dat scheelt een stuk lopen, want het andere café is een stuk lopen. We gaan het maar meteen uitproberen. Ik heb even mijn problemen met de motor doorgegeven aan een internetpagina voor reizende motorrijders. Even kijken wat voor reacties ik erop kijk. Het is wel een leuke internetpagina, nieuwsgierig kijk ook maar eens op www.horizonsunlimited.com 

foto 's week 6

Zaterdag 24 februari, Paramaribo, Suriname            Km 5,8            Totaal Km 3808,6

Vandaag even lekker uitgeslapen en daarna met de motor door de wasstraat. Ongelofelijk wat daar nog voor prut vanaf komt. Met de hogedrukspuit maak ik hem helemaal schoon. We gaan morgen naar Galibi, een van de weinige stukjes strand hier in Suriname. Het ligt aan de monding Marowijne rivier, de grens met Frans Guyana. Verschillende soorten reuzeschildpadden komen hier hun eieren ‘s nachts leggen op het strand, wat een mooi gezicht te zijn.
Verder vandaag geholpen met Ingrid haar opdracht voor school die ze hier aan het maken is. We gaan ’s avonds met de hele groep naar de waterkant om te eten en blijven daar gezellig een kaartje leggen.

foto 's week 6 

Zondag 25 februari, Galibi Nationaal Park, Suriname  

Zes uur zitten we in de bus naar Albina, waar vandaan we een boot naar Galibi nemen. We zouden eerst met het openbaar vervoer gaan maar dan zouden we vanuit het centrum van de stad vertrekken en aangezien we best wel veel spullen bij ons hebben en met een grote groep zijn is zelf een busje huren niet veel duurder maar wel een stuk gemakkelijker. We gaan over de Wijdenbosch brug. Een gigantische brug over de Suriname rivier. Een prestige project van de gelijknamige oud-president, die gebouwd is door Ballast-Nedam en die nog steeds naar hun geld vissen. Alleen jammer dat 200 meter na de brug de weg alweer verandert in een gatenkaas. Maar bovenop de brug is het uitzicht schitterend, we kijken heel Paramaribo over. De weg blijft slecht en het is een hobbelige rit naar Albina waar we om half tien aankomen. En net de aansluiting met de korjaal gemist hebben. We wachten tot na elven bij een kantoortje van Stinasu ( Stichting Natuurbehoud Suriname ) waarbij we de huisjes bij de Raleighvallen en nu bij Galibi huren. De opzichter verteld ons heel wat informatie over de omgeving en over Galibi. Rond elf uur is onze korjaal er, het is een vrij grote boot en we gaan er met z’n allen plus bagage in. De boot is iets groter als de korjaal die ons naar de Raleighvallen heeft gebracht, en heeft hogere randen, waarschijnlijk omdat we ook een stuk over de Atlantische Oceaan varen. Achter de buitenboord motor zit een Galibi indiaan een stoere vent met vissers tatoeages al is hij is niet groter als één metervijftig. Voorop de boot zit een andere Galibi indiaan. We varen de rivier op gaan langs het grensplaatsje Saint Lourant in Frans Guyane waar duidelijk de oude gevangenis barakken te zien zijn, waar franse bannelingen gezeten hebben ( Papillon, Drefuijs etc ) Na een uurtje varen komt er een indianen vissersdorpje inzicht waar we  op de terugweg even zullen stoppen. Na dit dorpje is de monding van de Marowijne rivier in de Atlantische oceaan. We houden de kust aan en de golfslag wordt merkbaar hoger, we volgen de kustlijn voor een halfuurtje en komen dan bij ons huisje aan. De boot wordt vakkundig aangemeerd en we moeten een stukje door de zee lopen om op het strand te komen. Ingrid en ik hebben een tweepersoonskamertje en we hebben met z’n allen een gezamelijke keuken. Na de spullen in de kamer gelegd te hebben, zoek ik een mooi plekje voor de hangmat. We gaan even lekker in de zee zwemmen, waar het water lekker koel is, alleen erg troebel, dat komt omdat we hier vlakbij de monding van de Morawijne rivier zijn. We eten die avond in een gemeenschapelijke eetkamer in een ander huisje die nu leeg staat waar we daarna ook gezellig een kaartje leggen en een biertje drinken. Om elf uur komt er een gids die met ons het strand opgaat opzoek naar de schildpadden die dan met hoog water hun eieren op het strand komen leggen. We zien er hier al een paar foto’ s van maar die schildpadden zijn allemaal groter als één meter en sommige wel bijna twee meter groot. En wegen tussen de 500 en 1000 kilo. Om elf uur wachten we op het strand op mr Guide die geheel volgens Surinaamse traditie te laat komt. Het is een flink stuk wandelen langs het strand en het begint ook nog te regenen en te waaien. Mr Guide heeft er een flink tempo inzitten en ik loop het Ingrid vrij achteraan de groep als we een schildpad het water uit zien komen. Schreeuwen naar de andere heeft geen zin, ik probeer nog met mijn zaklamp hun te waarschuwen maar dat wordt niet gezien. Samen met Hans en Minona zien we de schildpad een stukje het strand opkruipen maar waarschijnlijk staan we dichtbij want hij gaat een rechtsomkeer terug de zee in. Als we de groep weer hebben ingehaald staat de gids bij een schildpad die net zijn eieren aan het leggen is. En alleen als hij bezig met leggen is kunnen wij kijken. De schildpad is ruim een meter en de eieren die hij legt lijken veel op pingpongballen. Het hele proces van leggen duurt ongeveer twee uur. De schildpad is een kwartiertje bezig om het water uit te komen en het strand op te kruipen waar hij buiten de vloedlijn een groot gat graaft waar hij een uur over doet, legt dan zijn eieren wat een half uurtje in beslag neemt en dekt zijn gat weer goed toe voordat hij weer terugkeert naar zee. We kijken een kwartiertje en laten de schildpad dan weer met rust. Vijftig meter verderop licht een andere iets grotere schildpad die net begonnen is met leggen, daar kijken we ook nog heel even naar en gaan dan weer richting ons huisje. Er zitten hier verschrikkelijk veel muskieten en ondanks de lange dichte kleding en anti muskieten spul wordt ik flink gestoken vanavond.

foto 's week 6


uitzicht vanuit het huisje in Lolo Pasi aan de Coppename rivier.


Tocht door de Surinaamse jungle.


Bovenop de Voltzberg.

alle foto 's week 6

<< week terug <<   overzicht   bovenkantpagina   >> week verder >>