Make your own free website on Tripod.com

<< week terug <<    terug naar overzicht    >> week verder >>

Maandag 4 februari,  Cave of Guacharo, Caripe, Venezuela       Km 140          Totaal Km 1039,6

Voordat ik Cumana uitrij is het al tegen één uur. Ik ben vanochtend eerst langs de bakker geweest daarna even naar een internetcafeetje de post opgehaald, en wat mail gestuurd. Rustig aan de motor gepakt en nog even de olie bijgevuld. Vandaag staat er maar 140 km op het menu dus heb ik alle tijd. Ik rij Cumana uit richting het vliegveld en ga dan de bergen in. De weg volgt een rivier die vanuit de bergen slingert. Het is een mooie route maar door al dat geslinger ligt de gemiddelde snelheid erg laag. Na 100 km volgt de afslag naar Caripe, een bergdorpje waar de grotten van Guacharo zijn. Een grottenstelsel van meer dan 10km diep ondekt door Humboldt in 1500nogwat, een duitse wetenschapper. De weg naar Caripe slingert omhoog tegen de bergen op en is op sommige stukken vrij steil. De omgeving is echt schitterend en ik besluit deze nacht te gaan kamperen bij de ingang van de grot. De grot wordt bewoond door guacharo’ s een vogel die een ingebouwde sonar heeft en alleen ’s nachts actief is. De hele kolonie ( zo’n twee duizend vogels ) vliegen om zeven uur uit, en komen de volgende ochtend om vijf uur weer in grote groepen terug. Wat deze vogels erg speciaal maakt is dat ze alleen maar hier voorkomen. Ik zet mijn tent tegenover het museumpje wat bij de ingang staat. En loop met zaklamp ongeveer tweehonderd meter de grot in, en keer dan weer terug. Het is al te laat om verder te gaan want de vogels zullen snel uitvliegen. De ingang van de grot is erg groot en hoog maar wordt na 50 meter al vrij klein en op de plaats waar ik ben terug gekeerd kom ik nog maar net lopen. Na wat spaghetti te hebben opgewarmd zit ik om half zeven bij de ingang van de grot te wachten op wat er gebeuren gaat.
Vanuit de grot klinkt een hard gekrijs, de vogels zijn in aantocht. De guacharo vogel geeft een schreeuw en vangt dan de weerkaatsing op via zijn natuurlijke sonar en kan zo bepalen waar hij zit. Dit doet hij ongeveer elke tien seconden. Dus kan je nagaan wat voor kabaal twee duizend van die beesten maken. Inderdaad beginnen steeds meer vogels de mond van de grot te verlaten en vliegen uit. Ik ben de enige die het schouwspel bewondert er loopt nog ergens een bewaker rond die na een kwartier een praatje komt maken. Hij verteld veel over de vogels en de omgeving en neemt me mee naar de ingang van de grot terwijl er nog steeds grote groepen van de vogels uitvliegen. De bewaker zegt dat ze niet tegen je aan zullen vliegen en loopt de grot in. Ik loop zo dicht achter hem, dat hij moet lachen en verteld nog eens dat ze echt niet tegen me aan zullen vliegen. Heel indrukwekkend zoveel vogels zo dicht over je heen te zien vliegen. Rond acht uur zijn de meeste vogels uitgevlogen en ga ik weer terug naar de tent. De bewaker heeft gezegd dat hij mijn tent ook in zijn ronde zal meenemen en ik zie inderdaad ’s avonds nog een paar keer zijn lamp voorbij schijnen. Vanavond wordt de eerste avond in de tent. Dit is de zelfde tent waarmee ik tien jaar geleden(1993) mijn wereldreis van tweeënhalf jaar heb gemaakt, en alle reizen tot nu aan toe. Dat is hem goed af te zien, al hij is nog niet lek, de plakkers in het grondzeil zijn niet op twee handen te tellen. Verder heb ik een lichtgewicht slaapzak en gebruik wat kleren als kussen. Ik heb nog geen matras, vanwege ruimte gebrek leek het me verstandig om te kijken hoeveel ik kampeer en kan alsnog ergens een matje kopen. Lijkt op het eerste gezicht vreemd om op zoiets te besparen, maar elke extra kilo is er een. Hoe lichter de motor is, hoe beter hij rijdt, vooral door modder ben je met veel gewicht in het nadeel.  

foto 's week 4

Dinsdag 5 februari, El Calloa, Venezuela            Km 765, 8  Totaal Km 1805,4

Ik wordt wakker van het geluid van de wekker. En ik kan nog niet erg bevatten dat ik mijn wekker heb gezet om een stelletje vogels te gaan bekijken. Maar met een kop koffie in de hand zit ik om vijf uur bij de ingang van de grot. Op deze hoogte is het heerlijk koel ’s nachts en ik heb dan ook lekker geslapen. Het duurt geen kwartier of de eerste vogels vliegen in kleine groepjes de grot in, maar tegen half zes beginnen de grote groepen binnen te komen. Schitterend gezicht een groep van honderden vogels in de rotsen te zien verdwijnen. Om zes uur ga ik weer terug naar de tent waar ik de spullen ga inpakken en om half zeven rij ik Caripe uit richting Maturin. De slingerweg door de bergen houd nog een uurtje aan en dan rij ik het dal van de Orrinocco Rivier in en volgen er lange rechte wegen tot aan Maturin. Net nabij Maturin stop ik om de tank vol te gooien en wat te eten.  Na Maturin lijkt het landschap veel op Nederland hele lange grasvlakten. Ik schroef de snelheid even op naar honderd kilometer, en de kilometers vliegen erover. Tot aan de Orrinocco Rivier allemaal lange wegen. Rond tien uur ben ik in Tucupita, waar de delta van de Orrinocco zich over honderden kilometers uitspreid en via een stelsel van duizenden kleinere stroompjes in de Atlantische Oceaan uitkomt. Als ik bij een bakker binnenloop om wat vers brood te kopen kom ik een Nederlandse gids tegen die met een groep toeristen vanuit Isla Margarita een rondvaart door de delta gaat maken.  Hij heeft mijn motor buiten gezien, en vraagt naar mijn plannen voor vandaag en of ik anders met hem mee wil op een boottocht door de delta. Dit aanbod kan ik natuurlijk niet afslaan, en na de motor in een veilig schuurtje gestald te hebben, hang ik de komende vier uur Jan Toerist uit. We varen met vier bootjes verschillende riviertjes af, schitterend de delta, sommige riviertjes zijn breder maar we gaan ook dwars door dichte jungle over hele kleine stroompjes. De Nederlandse gids vertelt veel over de flora en fauna hier. We komen verschillende waterslangen, rivierdolfijnen en apen tegen. Rond twee uur zijn we weer terug in de haven Tucupita. De bus voor de reisgroep staat al klaar wat hun gaan via de grotten van Guacharo terug naar de kust en morgen weer naar Isla Margarita. Mijn plan is om vandaag in ieder geval de Orinocco over te steken, want na vier uur varen sta ik nog steeds aan de verkeerde kant. Via een binnenweg kom ik na anderhalf uur over een goede onverharde weg bij de veerboot aan. De Orrinocco is hier erg breed en kan net aan de overkant zien. De veerboot komt aan in Cuidad Guyana (San Felix). Dit is de grootste stad van het binnenland, zestig jaar gelden was dit nog een klein indianen dorpje aan de Orinocco rivier, maar nu een grote stad met meer dan een miljoen inwoners. Voor mij niet erg interessant en tuf door richting Apata het laatste stadje van enig voormaat voor Brazilie, waar ik tevergeefs naar een internetcafe zoek, en mijn e-mail bij de plaatselijke bank verstuur. Ik vervolg mijn weg richting het zuiden via Santa Cruz naar El Calloa, waar een oud strafkamp in een eilandje in de rivier voor de stad ligt, waar 'Papillon' heeft vastgezeten. Net voordat het donker wordt zet ik mijn tent op recht tegen over het oude strafkamp op een open plek in het bos tussen de rivier en de weg.

foto 's week 4

Woensdag 6 februari, Santa Elena de Uairen, Venezuela      Km 495,8       Totaal Km 2301,2

Ik wordt wakker van het geluid van een vrachtwagen die voor mijn gevoel een meter voor de tent langs rijd. Een uurtje later sta ik bepakt bij de benzinepomp in Tumeremo en laat alles bijvullen waar maar benzine in kan. Naast mij staat een LandCruiser te tanken waar een groep Nederlandse toeristen met chauffeur en gids een rondreis maken. Het gebied wat ik nu inrijd heet de Gran Sabana “de grote hoogvlakte” een hoogvlakte die begint na een grote muur waar een steile weg tegenop slingert. De hoogvlakte ligt zo’n 1300 meter boven de rest van de omgeving. Vanuit Tumerero langs El Dorado richting de muur van de Gran Sabana, waar ik rond tien uur aankom, net voor de steilste klim bijgenaamd la escolator (de trap) laat ik de motor even een tijdje afkoelen. Even in de schaduw zitten, koppie koffie zetten, ontbijtje tot me nemen.  Onderweg een paar grote vrachtwagens ingehaald die nu langzaam tegen de berg opkruipen in colonne gevolgd door een wagen met grote vaten benzine om onderweg bij te tanken. Tot aan de Braziliaanse grens is er geen benzine meer te krijgen of tegen woekerprijzen. Veel vrachtwagens stoppen bij een kapel die in een rots even verderop is gehakt, en bidden daar voor een veilige doortocht. Net als ik weer weg wil rijden komen daar de Nederlanders van vanmorgen in een grote terreinwagen aangezet en stoppen ook. Hun gids geeft me de nodige informatie en ik ga aan de klim omhoog beginnen. De komende 40 km slingert de weg met veel haarspeldbochten tegen de muur op en komt uit in een grote open vlakte waar af en toe de kenmerkende tafelbergen uitsteken, wat een omgeving! Alsof ik stil sta komt de wagen met de Hollanders hard toeterend voorbij vliegen. De komende twee uur kom ik geen andere medeweggebruiker meer tegen, er is hier helemaal niks. Op het heetst van de dag zoek ik wat verkoeling bij een waterval, de Kamaval een waterval van 50 meter, even lekker zwemmen wat eten en een beetje in mijn zelf praten want ik ben nog steeds geen ziel tegengekomen. Na de verfrissende douche onder de waterval, bestijg ik mijn ijzeren ros voor de laatste 250 km naar Santa Elena de Uairen aan de grens met Brazilie.  Na een uurtje komen er een paar mooie tafelbergen inzicht en weer later de Mount Romaira, waar het drielanden punt met Venezuela, Brazilie en Brits Guyana is. Tachtig km voor Santa Elena ga ik even vijf kilometer van de weg en rij op aanraden van de gids van de Hollanders naar een riviertje die door een grote jade rots heen gaat. Ik parkeer de motor bij een indianen dorpje waar ik weer helemaal niemand tegenkom, en loop door dichte jungle naar de rivier. Ik ben er precies op het juiste moment om door de stand van de zon de kleur van de Jade zien de veranderen. Ongelofelijk jade tot zover ik kan zien. Verderop is er zelfs een waterval langs een grote Jade rots. Door de namiddagzon is alle jade vuurrood gekleurd.
Rond vijf uur rij ik Santa Elena binnen en ga opzoek naar een hotel want ik wil morgenochtend fris en schoon aan de grens te verschijnen, bovendien wil ik mijn camera en laptop opladen voordat ik de jungle in raak. Ik vindt al snel een hotelletje naar wens, er zijn nog wat andere reizigers en raak snel aan de praat. Het hotel wordt gerund door Chinezen en maken ook een heerlijk avondeten. ’s Avonds raak ik met wat reizigers aan de praat die net Brazilie komen en wissel wat ervaringen uit. 

foto 's week 4

Donderdag 7 februari, Boa Vista, Brazilie            Km 264,7   Totaal Km 2565,9

Vandaag de dag van de eerste grensovergang, omdat ik er nog niet helemaal van overtuigd ben dat ik de juiste documentatie bij me heb, verwacht ik wat problemen en ben zelfs een beetje zenuwachtig. Om acht uur rij ik Santa Elena uit na even langs de bakker en het tankstation te zijn geweest. Om half negen sta ik bij de grens. Eerst uitstempelen aan de Venezuelaanse kant, geen problemen, ze bekijken de papieren en met een half uur sta ik weer buiten. Na één kilometer niemandsland is daar de Braziliaanse grens, ik wordt aangehouden door een agent die vraag om inentingspapieren en laat de man mijn gele boekje zien (inentingenpaspoort) Maar het is niet goed en ik moet ter plekke een inenting krijgen de man wijst naar een lange rij mensen voor een hokje en ik moet me daar aansluiten. Nu komt het taalprobleem om de hoek fietsen. Ik spreek wel wat spaans, maar nog helemaal geen portugees. En ik probeer in een mix van talen en handgebaren de man duidelijk te maken dat ik voor alles al ben ingeënt. Maar de man verteld dat ik zonder deze inenting Brazilie niet inkom. Ik even kijken in het hokje, er worden nieuwe naalden gebruikt bij de injectie, dus dat zit wel goed. Ik probeer nog aan de zuster te vragen waar de injectie voor is maar ik kan er geen touw aan vast knoppen wat ze zegt, en geef me gewonnen. Na een uurtje in de rij en een injectie tegen iets in mijn arm kan ik naar de Braziliaanse Douane. Voor mezelf krijg ik negentig dagen en voor de motor moet ik morgen in Boa Vista naar een ministerie waar ik wat documenten moet laten zien en dan kan ik die tijdelijk invoeren. Aangezien ik morgen toch in Boa Vista ben is het geen probleem. Zonder verdere problemen rij ik Brazilie in, op naar Boa Vista 300 kilometer verderop.
Tussen de grensovergang en Boa Vista verandert het uitzicht snel in één grote droge savanne, erg saai rijden. Tot aan Boa Vista geen dorpjes of bewoning, maar vooral geen schaduw. Ik stop rond de middag bij een riviertje waar ik wat soep opwarm, en rij dan verder naar Boa Vista waar ik rond drie uur ’s middags aankom. Boa Vista moest de grote stad van het Noordelijke Amazone gebied worden en is erg groots opgezet, maar er zijn te weinig mensen komen wonen. Met als gevolg dat het een gigantisch groot stratenplan heeft en veel te grote brede wegen die dwars door het centrum lopen, maar helemaal geen verkeer. Op zoek naar een bank om alvast wat geld te pinnen, aangezien ik nog geen Braziliaans geld heb. Maar ik kan niets vinden, vanwege de carnaval zijn de meeste hotels volgeboekt. In een achteraf hotelletje neem ik een kamer waar ik de motor ook in mag zetten. En ga opzoek naar een wisselkantoor om Braziliaans en Brits Guyanees geld te halen. Het lijkt een onmogelijke opgave. De banken rekenen twintig dollar commissie. Of geven een veel te lage koers. Pas in de avond kom ik bij een wisselkantoor die tegen een hele lage koers een paar travellerscheques wil wisselen. Balen, maar ik heb toch geld nodig. Brits Guyaneze dollars kan ik hier nergens krijgen dus dat wordt nog leuk morgen. ’s Middags verder nog wat inkopen gedaan en wat mail opgehaald en verstuurd. Nog even flink gegeten in wat ze hier een kilo-restaurant noemen, een buffet, je schept op naar keuze, je bord wordt gewogen en je betaald per kilo, erg grappig. Het is hier carnaval het feest begint vanavond en gaat vijf dagen door. Het hele centrum staat vol met mensen en er komen grote praalwagens langs en iedereen danst en drinkt. Het is een groot feest,  het ziet er erg gezellig uit. Ik bepak de motor alvast helemaal voor de tocht van morgen. Mijn hotelkamer is de ranzigste tot nu  toe. Ik heb de meubels en mijn bed opgestapeld in een hoek van de kamer en heb mijn tent opgezet in de kamer, want die is tenminste wel schoon. Bovendien was het bed voor mij twintig centimeter tekort. Ik begeef me weer richting de carnavalsmeute waar ik mijn ogen uit kijk. Wat een feest, maar vooral wat een mooie vrouwen. Ik koop een kratje bier en begeef me onder de feestende Brazilianen en bral vrolijk met de onverstaanbare deuntjes mee.

foto 's week 4

 

Vrijdag 8 en zaterdag 9 februari, Linden, Brits Guyana Km 714,0   Totaal Km 3279,9

Tegen de tijd dat ik Boa Vista (Brazilië ) uitrij is het al rond het middaguur. De hele ochtend bezig geweest met het regelen van de juiste paperassen voor het invoeren van de motor en proviand inslaan voor de tocht naar de kust.
Er staat een flinke tegenwind op de open savanne richting Bonfim, maar de motor die helemaal bepakt is heeft er geen probleem mee. Ik heb 55 liter benzine bij me, 10 liter water en eten voor 10 dagen. Voor me ligt het zwaarste stuk van de reis, de jungle van Guyane. 800 km slechte weg, waarvan 550 km heel erg slecht en de aanhoudende regen in dat gebied van de afgelopen week helpt ook niet veel. Deze weg wordt eigelijk alleen gebruikt door grote 4 of meer wheel drive trucks, met banden van één meter om de dorpen te bevoorraden. Om overland naar Suriname te komen is dit de enigste manier, zonder te vliegen. Er is geen benzine tot 100 km voor Georgetown (de hoofdstad) in de tweede stad van het land Linden. Met 55 liter moet ik ruim 1000 km kunnen rijden onder normale omstandigheden.
Ik doe er twee uur over om in Bonfim te komen, het laatste plaatsje voor de Takuta rivier, de grens van Brazilië met Guyana. Op zoek naar een benzine pomp om de tank aan te vullen, rij ik een rondje door het dorpje, maar het stelt helemaal niets voor, een huis of veertig. Dan maar naar de Douane en Politie om de documenten te laten afstempelen en voor mijn dagelijkse portie bureaucratie. Als ik bij de veerboot over de Takuta rivier aankom heb ik geluk de veerboot is bijna vol en vertrekt bijna meteen als ik aankom. Het is namelijk in deze contreien heel normaal als je een uur (of langer, ruim zes uur op Isla Margarita.) moet wachten totdat de veerboot vol is. Om drie uur kom ik aan in Lethem een dorpje aan de Brits Guyana kant van de rivier en ga op zoek naar de immigratie Wel lekker dat ze Engels spreken, met een zwaar rasta accent dan. Ik verwacht hier eigenlijk dat  de rasta man van de SiSi reclame elk moment de hoek om kan komen in zijn karretje.
Na het dorpje een paar keer op en neer te zijn geweest, ben ik dan eindelijk bij het juiste gebouwtje. Maar daar krijg ik van een grote rasta-man te horen dat de douanebeambte al naar zijn huis is. Ik naar zijn huis, de beste man is net aan het koken, en mijn paspoort wordt tussen de aardappelen en groente afgestempeld. Er is hier een tankstation, en vul de tank nog even bij, al is het maar vijf liter,  ik zal het nodig hebben.
Eigenlijk had ik deze plaats als eindbestemming van deze dag gepland. Ik heb nog drie uur daglicht en besluit alvast een stuk te rijden. De eerste 80 km gaat over een grote open savanne vlakte(de rupununi savanne), daarna komt er steeds meer begroeiing en gaat over in jungle. Bij het indianen dorpje Annai is er een kamp waar als het goed is een andere motorrijder met wie ik contact heb zit en daar wil ik eigenlijk komen vandaag. Maar de weg is erg slecht en met de vele kuilen gaten, stukken zand is 40 km per uur het maximaal haalbare. Als het donker wordt besluit ik door te rijden en na een half uur kom ik in Annai, en een kwartier later bij het kamp aan de rupununi rivier.

In het kamp kom ik Don tegen met wie ik al een tijdje via e-mail contact heb, we zouden eigelijk dit stuk samen rijden maar door de vertraging in die ik in Caracas heb opgelopen kwam het er niet van. Verder spreek ik de eigenaar van het kamp, hij verteld me dat het veel heeft geregend en het pad is erg slecht er zijn een aantal hele grote vrachtwagens door gegaan en zelfs die kwamen vaak vast te zitten. Verder hebben ze het over waterpoelen van één meter diep en heel veel modder. Met al mijn bagage kom ik er zeker niet doorheen. De eigenaar verteld dat ik het beste al mijn bagage aan één van de vrachtwagens mee kan geven en het zo licht mogelijk te proberen. Maar zijn die vertrouwen in dit land vol met bandieten en schurken (Guyana heeft een hele slechte reputatie), vraag ik. De eigenaar verteld dat hij bevriend is met een van de truckchauffeurs die hem ook bevoorraad en die komt deze avond nog langs en gaat door naar Georgetown. En het toeval wil dat hij net met zijn grote truck aan komt rijden. Ik besluit om het hele stelletje even lekker in het bier te zetten en na een uurtje ouwehoeren, vraag ik of hij mijn bagage wil meenemen. Dat is goed zegt hij en verteld mij dat ik het beste voor hem uit kan gaan rijden dan kan hij me af en toe helpen als ik vast kom te zitten, wat volgens hem vaak gaat gebeuren. Het is nu tien uur ’s avonds en hij vertrekt om drie uur morgenochtend. Don heeft er vier!!! dagen over gedaan, en verteld me dat ik deze kans niet moet laten lopen. Hij reed met een 250 cc crossmotor met goede noppenband, en ik met mijn 600 cc met enduro banden zal daar nog wel langer over doen. Maar als ik mijn bagage nog moet afladen, de motor klaar maken voor de jungle. Hou ik geen tijd over om te slapen en ben eigenlijk al helemaal kapot van vandaag. Maar besluit deze kans niet te laten lopen, zeker omdat deze trucks maar eens in de maand hier langs komen.

foto 's week 4

Dus om twee uur ’s nachts ga ik er vandoor, alleen op de motor met een rugzakje met eten en drinken om. De motor voelt lekker licht aan zonder bepakking. Mijn hoofd voelt trouwens ook lekker licht na die biertjes, maar ik hoef hier niet voor alcoholcontrole te vrezen. Het is geen pretje om in het donker te rijden. De eerste twintig km na het kamp zijn nog redelijk te doen, veel stukken los zand en kuilen, onderweg haal ik nog twee vrachtwagens in, die samen met de vrachtwagen die mijn bagage heeft in convooi naar Linden rijden. Ik rij nu in de dichte jungle en net als gister toen ik in het donker kom ik veel slangen en grote hagedissen tegen. De weg begint nu erg modderig te worden en ik kan in het donker niet goed zien hoe lang de modderstukken door gaan om een route door de modder te bepalen. Overdag zou je afstappen en eerst het slechte stuk lopen om de beste route te bepalen. Maar omdat de stukken modder soms wel 500 meter lang zijn kan dat nu in de nacht niet. 

Ik kom na het derde slechte stuk flink vast te zitten in een diepe modderpoel. De motor staat goed vast en van de banden is alleen de bovenkant te zien. Een poging om de motor uit te graven, mislukt. Ik ga opzoek in de jungle naar takken voor onder de banden . En na een half uur heel veel geploeter ben ik een halve meter verder en heb nog vijf meter te gaan. Opeens werkt de elektrische start niet meer, als ik er over nadenkt is het ook niet zo vreemd dat iets elektrisch onderwater (modder) niet werkt. Gelukkig heb ik voor vertrek uit Nederland een kickstarter laten inbouwen voor dit situaties. Maar een 600 cc aantrappen is geen pretje, maar het lukt. Door nog meer takken uit de jungle te kappen en voor mijn banden te leggen krijg ik meer grip. Lopend en duwend naast de motor krijg ik hem met veel wielspin los, en na een half uur ben ik uit dit slechte stuk. Ik besluit de volgende modderstukken toch maar eerste te voet en met mijn zaklamp te verkennen. 
Na drie kilometer doet het volgende slechte stuk zich voor. Na verkenning blijkt het om twee stukken van ruim 500 meter te gaan, met een harder stukje van 20 meter in het midden. Ik zet takken in de modder en zet zo een route uit naar het hardere middenstuk. Het lukt aardig kom alleen de laatste 100 meter een paar keer vast te zitten maar daar kan ik me zelf uitkrijgen. Het tweede stuk is slecht met op het einde een modderbad van 25 meter waar niet omheen te komen is, hier moet ik met snelheid door heen dat is de enige manier. In het begin gaat het goed maar kom net voor het slechtste stuk, het modderbad, vast te zitten. Hier kan ik wel uitkomen, maar ben bang dat ik niet genoeg op snelheid kan komen om door het modderbad heen te komen. Omkeren voor meer aanloop heeft geen zin, het moet gewoon lukken. Al duwend krijg ik de motor los en spring erop, maar heb inderdaad te weinig vaart en blijf op één derde muurvast in het modderbad steken. Eerst even wat uitrusten, het is pikdonker en laat de geluiden van de jungle tot me komen, wat een kabaal zeg. Na een halfuurtje ga ik aan de gang, maar ben na een uur nog geen meter verder, en met nog 15 meter te gaan besluit ik maar op de truck te wachten. Voor mijn gevoel duurt het uren voordat in de verte de trucks horen aankomen. Het duurt toch tot de schemering van de ochtend, voordat ze bij me zijn. Als de truck aankomt zit ik al helemaal onder de modder. Ook de truck heeft flink werk om er door te komen. En met een flink stuk touw trekt hij me door deze modder heen. Op het droge mijn voorspatbord er afgehaald, zodat mijn voorwiel niet blokkeert door de modder. Ik word nog gestoken door één of ander vliegend ongedierte, familie van een wesp want het doet flink pijn, dat wordt twee malariapillen nemen vanavond.
Op de truck zit de chauffeur en een bijrijder die de lier bedient. De jongens zijn ongeveer even oud als mij, en vinden het schitterend dat ik dit met de motor probeer. 

Het volgende uur gaat het goed, maar er zijn veel hele lange slechte stukken en het water komt soms tot aan koplampen, en mijn knieën. Maar ik kom toch weer heel snel muurvast in de modder te zitten, en de motor slaat af. De kickstarter moet ik uitgraven om er bij te komen. Maar de truck komt er al aan en trekt me eruit. Het begint nu echt licht te worden en we hebben nog zo’n 100 km te gaan voordat we bij de Essequibo rivier komen, de grootste rivier van Guyana. Waar we met een boot naar de overkant gaan, en dan volgens de jongens het slechte stuk begint. Als ik vraag als dit het goede stuk is, hoe is dan het slecht stuk. “Very bad” zeggen ze beide tegelijk en ik vraag me af waar ik aan begonnen ben. Over de komende 100 km doen we vijf uur. Ik kom zo’n vijf keer vast te zitten. Maar kan de meeste slechte stukken omzeilen. De vrachtwagen moet hier wel doorheen en de banden verdwijnen tot een meter in de modder. Ik moet soms over een klein randje langs deze plekken en dat gaat meestal goed. Net voor de rivier staat er een andere truck al twee dagen vast. De jongens proberen te helpen, maar zeggen dat hier twee vrachtwagens voor nodig zijn. En die komen er als het goed is aan. Bij de rivier aangekomen wordt er een paar keer flink getoeterd en de veerboot komt eraan. De veerboot en de truck zijn van dezelfde maatschappij die de dorpen in het zuiden bevoorraden. Aan de overkant aangekomen stoppen we bij een loods om wat uit te rusten en te eten. Hierna tot 100 km voor Maribu Hill is het slechte stuk. En ik ben nu al eigenlijk helemaal stuk en erg moe, maar weet dat dit in me eentje niet te doen is. 
De eerste 10 km gaat over veel droog mul zand en ik ga één keer flink onderuit. Gelukkig heb ik al mijn beschermers om, de krijg de motor weer aan de praat.. Ik moet proberen voor de truck te blijven want anders kan hij me er niet uittrekken als ik vast kom te zitten. De waterpoelen zijn nu soms erg diep. Als ik er niet langs kan, stap ik af en loop er eerst zelf door heen, sommige stukken zijn meer dan een meter diep, ik kan met de motor tot een halve meter hebben. Na een tijdje kom ik bij een waterpoel waar ik niet omheen kan en die aan de ondiepe kant bijna een meter diep is. Het is zo’n vijftien meter naar de overkant, waar het langzaam minder diep wordt. Ik ben bang als mijn motor afslaat of valt in er water via de uitlaat het blok inloopt, als dat gebeurt is het hele verhaal over. Ik weet dat de vrachtwagen een stuk pvc regenbuis bij zich had, en besluit op de vrachtwagen te wachten. Ik zet het stuk pvc met veel ducktape en touw op de uitlaat en mijn “snorkel” steekt 50 cm boven het zadel uit. Met een flink snelheid duik ik de poel in, het water staat tot aan het stuur maar door de flinke snelheid ben ik bijna tot het einde gekomen en het laatste stuk kan ik de motor zelf weer op het droge duwen, door ernaast te gaan lopen en al duwend flink gas en in zijn tweede versnelling om niet teveel wielspin te krijgen eruit gereden. Ik sta er echt van te kijken dat me dit gelukt is. Maar bij de volgende modderpoel glijd het achterwiel weg en glij ik met motor en al in een diepe modderpoel, waar ik op eigen kracht niet kan uitkomen. Na een half uur is de truck er en trekt me eruit. Nu komen er drie diepe poelen en de jongens vertellen me dat ik beter aan de sleepkabel kan blijven, zodat hun met de vrachtwagen het meeste water wegstuwen. Dit lijkt me ook wel verstandig, ik moet alleen niet omvallen. De poelen zijn inderdaad erg diep. En het water komt evengoed nog tot het stuur. Met veel moeite kan ik de motor overeind houden maar op het einde van de laatste poel gaat het fout, goed fout. Erg diep de poel, en de motor gaat helemaal onder, en slaat af. Door een combinatie van een ruk van de sleepkabel en de steile rand van de poel glijd het voorwiel weg. Ik val achterover kopje onder de waterpoel, en de motor sleept tien meter achter de truck aan voordt ze door hebben dat ik er niet meer opzit en stoppen. Gelukkig is er geen water in de motor gekomen. Even aanduwen en hij loopt weer. Maar het stuur is nu wel krom. Zo van als je hem recht houd dat je dan rondjes rijdt. Dit zat er aan te komen, maar we kunnen nog rijden dus we gaan verder, weinig keus. Het leuke is er nu wel af, en ik zit er flink doorheen. Ik zit van top tot teen onder de bagger, foto 's nemen gaat ook allang niet meer en kan ook niet bij mijn eten komen omdat ik dan een broodje modder zal eten. Aangezien de jongens hier elke week rijden besluit de bijrijder op het dak van de vrachtwagen te gaan zitten en vanaf daar voor mij aanwijzingen te geven aan welke kant ik het beste door de poelen kan gaan. Dit gaat lang goed maar kom toch nog drie keer vast te zitten.

We komen nu in een deel van de jungle waar veel bomen worden gekapt en de weg wordt vanaf hier onderhouden door het kapbedrijf. Maar er zitten evengoed nog een paar flinke slechte stukken bij veel modder en diepe waterpoelen. Vijf uur zijn we bij de politiepost in Maribu Hill waar ik even mijn documentatie af geven voor controle Het wordt goed bevonden en mag ik doorrijden. Even verder stoppen we om wat de drinken. Vanaf hier is de weg goed tot aan Linden en krijg van de jongens mijn bagage en bedank ze voor hun hulp, en geef ze wat geld. Zonder hun hulp had ik hier nooit door gekomen of zeker een week over gedaan als ik het al gered zou hebben.
Ik twijfel of ik ergens langs de weg ga kamperen of dat ik doorrijd tot Linden. Aangezien ik van top tot teen onder de modder zit lijkt me kamperen geen optie. Ook ben erg moe en ben bang als ik hier ga overnachten dat ik beroofd wordt, ik zal ondertussen wel een beetje paranoia geworden zijn van moeheid, maar heb er geen goed gevoel over. Ik neem geen tijd om de motor knap op te zadelen, ik hang de twee koffers eraan, gooi de rest in mijn grote rugzak en zet koers naar Linden, zo’n 150 km. De weg is wel goed maar 50 km per uur is het hoogst haalbare. En als het om zes uur donker wordt passeren de jongens in de vrachtwagen mij met een rotvaart. Het is nu echt donker, en mijn koplampen hebben van al dat water flinke kuren gekregen en doen het alleen af en toe. Ik heb twee zaklampen aan mijn helm getapet en rij zo naar Linden, waar ik nog drie uur over doe. Het laatste uur raken de batterijen op, net rij nu ik het donker. Met die zware rugzak op mijn rug is het rijden geen pretje. Ik rij een paar keer in een kuil maar blijf op de been, en ga nu niet harder meer als 20 km per uur, omdat ik niets kan zien. Als ik de lichten van Linden aan de horizon steeds sterker zie worden leef ik weer helemaal op. Om elf uur ‘s avonds ben ik bij een hotel en ben helemaal gebroken.... wat een dag... 38 uur bijna non-stop gereden in twee dagen, maar ik ben er doorheen. Ik weet zeker dat dit een van de hoogtepunten van de reis wordt maar ben er nu nog helemaal klaar mee. Met motorpak en helm op de douche gaan staan tot langzaam het weer zichtbaar wordt dat het kleren zijn. Na twee keer mijn haren te hebben gewassen blijft er modder uitkomen. Ik geef het op en val als een blok in slaap.

foto 's week 4

Zondag 10 februari, GeorgeTown, Brits Guyana             Km 132,5   Totaal            Km 3412,4

Alle spullen zitten flink onder de modder en ik ben de halve ochtend om alles een beetje moddervrij te maken. Als ik buiten naar de motor kijk schrik ik, wat ziet hij eruit. In plaats van wit is alles bruin van kleur en zit flink onder de modder. Ik probeer iets van de schade op te nemen,maar door alle modder kan ik weinig zien en besluit in deze staat naar Paramaribo te rijden en daar de hele fiets uit elkaar te halen. Ik had gisteravond geen zin om over de prijs te onderhandelen met als gevolg dat dit mijn duurste overnachting tot zover is $50 USD maar ik heb er dan ook een flinke puinzooi van gemaakt zelfs zo erg dat ik mijn kamer niet in deze staat durf achter te laten en ben nog een uur bezig met het hok moddervrij te maken. Ik besluit even naar de benzinepomp te lopen zodat ik de motor maar één keer hoef aan te duwen, aangezien dat de enige manier is om hem nog aan de praat te krijgen. En met mijn reserve tankje even benzine ga halen. Onderweg kom ik de kok van het hotel tegen die me een lift geeft en meteen een tour the city geeft. Linden is de tweede stad van Guyana en leeft van de grote open bauxietmijn in het midden van de stad. Die de hele stad onder een laag rode stof legt. Pas om vier uur in de middag vertrek ik naar Georgetown waar ik uit voorzorg al een guesthouse heb gereserveerd. De weg is volledig geasfalteerd en onderweg kom langs veel plaatsen met een Nederlandse naam, overgebleven uit de tijd dat Nederland hier nog met de scepter zwaaide. Ook kom ik er nu pas achter aan welke kant van de weg er gereden wordt. Georgetown heeft een slechte reputatie qua veiligheid en ik zoek voordat ik de stad inga precies uit hoe ik moet rijden naar het guesthouse. Georgetown is een mooie stad met veel oude houten koloniale gebouwen en de Engelse invloed (Guyana is een oude Engelse Kolonie en wordt nog vaak Brits Guyana genoemd) is nog veel terug te vinden. Mijn guesthouse is ook een oud koloniaal houten gebouw erg mooi, maar ook erg gehorig  Ik kan de motor binnen het hek zetten, en heb een kamer op de tweede verdieping. Aangezien het al aardig donker is, besluit ik binnen te blijven en even een pizza te bestellen en die te laten bezorgen. Die luxe heb ik wel verdiend na de ontberingen in de jungle. Gister onder de douche kwam ik erachter dat er een paar bloedzuiger op mijn schenen zaten en ook nu vind ik er een paar in mijn nek. In hou er een watje met alcohol tegen en ze laten los. Omdat ik niet overal goed kan kijken. Vraag ik aan de eigenaresse van het hotel of ze een dokter weet. Binnen een half uur staat er een dokter in mijn kamer die met een goede lamp mijn hele lichaam nakijkt na nog vier bloedzuigers vindt hij eitjes van de macawvlieg. Deze legt zijn eitjes onder je huid, waar larven uitkomen die daar dan nesten. Gelukkig ben ik er op tijd bij. Verder vanavond m'n motorpak helemaal schoongemaakt, en de binnenkant van mijn helm gewassen.

foto 's week 4


Kamperen.


Kama Waterval.


Afzien in de modder in de jungle van Brits Guyana.

alle foto 's week 4

<< week terug <<   overzicht   bovenkantpagina   >> week verder >>